Introductie vast voedsel - SPRUIT
Winkelmandje
0.00

Merk je ook dat je kindje de hele tijd naar je aan het staren is als je aan het eten bent? Of zelfs gefrustreerd raakt als hij geen hapje van je krijgt? Of wellicht ‘s nachts ineens niet meer doorslaapt? Dit kunnen eerste signalen zijn, dat hij toe is aan zijn eerste hapjes vaste voeding. Vanaf vier maanden mag je beginnen met het aanbieden van vaste voeding. In eerste instantie zijn dit nog oefenhapjes om mee beginnen en te laten wennen aan een andere structuur en smaak dan melk. De eerste hapjes vervangen borst- of flesvoeding dus nog niet.

Eerst groenten of fruit?

Start met groentehapjes. Je kindje heeft namelijk door de borst- of flesvoeding een voorkeur voor zoete smaken. Als je start met het geven van zoete fruithapjes is de kans groter dat je kindje later zijn neus ophaalt voor meer bittere smaken van groentehapjes.

Start bijvoorbeeld met milde smaken zoals zoete aardappel, wortel en bloemkool. Voor de smaakontwikkeling van je baby is het van belang dat hij de pure smaak van de groenten leert kennen. De belasting van zout en peper op de nieren nog veel te groot.

Hoeveel vaste voeding per dag?

De eerste hapjes geef parallel aan de melkvoeding. Een goede richtlijn is om te beginnen met één of twee keer per dag drie tot vier lepeltjes. Dit kan je steeds verder opbouwen, zodat de vaste voeding op een gegeven moment de melkvoeding vervangt. Een goed tijdstip om de eerste hapjes te geven, is bijvoorbeeld niet al te lang na de melkvoeding of precies tussen twee voedingen door. Dan is hij ontspannen, wakker en heeft geen grote trek meer. Na verloop van tijd gaat je kindje steeds meer eten. Voor kinderen tot 8 maanden mag je porties groente geven tot ongeveer 120 gram.